Schrijven | Tips

Jip-en-Janneke-taal: zo voorkom je kinderachtige teksten

“Begrijpelijk schrijven?” zei een deelnemer van mijn incompany training met een vies gezicht. “Nee, ik ga onze lezers echt niet aanspreken in Jip-en-Janneke-taal.” Maar begrijpelijk hoeft niet hetzelfde te zijn als kinderachtig. Hier 5 tips .

Met begrijpelijk schrijven ben je doelgroepgericht bezig. Je schrijft dan op een manier die past bij jouw (brede) publiek. Toegankelijk. En eenvoudig. Dat is misschien anders dan je gewend bent. En dat is spannend. De angst dat de lezer je niet serieus neemt, hoor ik vaak van mijn klanten. Ze willen teksten in begrijpelijke taal, en NIET in Jip-en-Janneke-taal.

Jip-en-Janneke-taal: een horrorscenario

Dus… wat nou als je tekst daarmee een soort Jip-en-Janneke-boek wordt? Met korte zinnen, woordjes die iedere kleuter kent en dat betuttelende toontje? HORROR!

Hoewel er best goede dingen zitten in Jip-en-Janneke-taal, gebruiken veel mensen deze term om aan te geven dat een tekst kinderachtig is. En dat wil je niet, dat begrijp ik. Als je deze 5 tips gebruikt, voorkom je dat.

1. Onthou dat je schrijft voor volwassenen

Volwassenen hebben een andere belevingswereld dan kinderen: ze houden zich met andere dingen bezig. Denk daaraan bij het schrijven. Zo helpt het als je voorbeelden geeft die uit het leven van een volwassene komen. Beeld je tijdens het schrijven ook in dat je praat tegen een volwassene. Hou iemand in gedachten: je buurvrouw, je oom of zomaar iemand in de supermarkt. Tegen hem of haar zou je toch ook niet praten als tegen een kleuter?

2. Gebruik signaalwoorden

Je zou het misschien niet denken, maar in de Jip-en-Janneke-taal vind je best wat signaalwoorden. Maar, en, dus, omdat – om er een paar te noemen. Maar dat is lang niet zo bij alle kinderteksten. Soms hebben de zinnen niets met elkaar te maken. Voorbeeld:
Bram en Eefje gaan naar school. Ze gaan vandaag rekenen. Bram heeft geen zin. Hij houdt niet van rekenen. Hij glipt snel weg.

De zinnen hebben geen samenhang en dat leest niet lekker. Gebruik dus signaalwoorden, zodat je de zinnen met elkaar verbindt.

3. Wissel af in zinslengte

Als je zinnen gebruikt met steeds hetzelfde aantal woorden, kan dat kinderachtig overkomen. Het leest trouwens ook niet prettig. Wissel daarom af. Gebruik wel het liefst korte zinnen, want dat past bij begrijpelijk schrijven (en bij taalniveau B1, mocht je je daarmee bezig houden). Maar maak ze zeker niet allemaal even lang. 

4. Schrap niet te veel

Bij begrijpelijk schrijven hoort ook: schrappen. Onnodige zinnen en woorden weghalen, zodat het belangrijkste van de tekst overeind blijft. Met mijn zelf bedachte MAND-principe krijg je dit voor elkaar. Maar, belangrijk: sla niet door met schrappen. Dan is het net alsof een robot de tekst voorleest. Ook lijkt het al snel op een voorleesboek in… precies, Jip-en-Janneke-taal.

5. Schrijf nog steeds over moeilijke onderwerpen

Blijf schrijven over dingen die volwassenen bezighouden, of die belangrijk voor ze zijn om te weten. Dat zijn soms moeilijke onderwerpen. Vermijd die dus niet. In de training waar ik het net over had, vertelde ik dat ook. Deze meneer en zijn collega’s werken bij de overheid en schrijven teksten voor inwoners. Zij hebben vaak te maken met juridische regels en wetten. Vaak is het belangrijk dat inwoners deze regels en wetten kennen. Werk hier dus hier omheen, maar leg deze onderwerpen uit. 

Dat betekent dus niet dat je moeilijke woorden of jargon moet gebruiken. Gebruik liever eenvoudige woorden die hetzelfde betekenen (synoniemen). Schrijf meer in spreektaal. En geef uitleg en voorbeelden, zodat je het moeilijke onderwerp concreet maakt.

Wil jij verbinding maken met je publiek via begrijpelijke taal?

Begrijpelijke (niet-kinderachtige!) teksten maken het verschil voor jouw organisatie.  Met mijn 1-op-1-coaching Vet Begrijpelijk Schrijven zorg ik ervoor dat jij verbinding krijgt met je publiek via begrijpelijke taal. Daardoor bereik je eindelijk het doel van je teksten.