Jargon: waarom je ‘t beter niet kunt gebruiken

Jargon: waarom je ‘t beter niet kunt gebruiken

Wat is jargon? Lees in deze blog wat jargon is en waarom je het niet in je (begrijpelijke) teksten moet gebruiken.

Als je Googlet op ‘wat is jargon?’ dan vind je twee dingen. 1: Het is taal die binnen een groep mensen of vak wordt gesproken, en 2: Het is voor buitenstaanders onbegrijpelijk. En daar heb je meteen de redenen te pakken waarom je beter géén jargon in je teksten kunt gebruiken. Ik leg uit hoe dat zit.

Okee, jargon is dus een vorm van onbegrijpelijke taal. Mag je het dan nooit meer gebruiken tijdens het schrijven? Jawel. Als je zeker weet dat jouw publiek begrijpt wat je bedoelt, moet je het lekker doen. In een tijdschrift voor artsen zal niemand er gek van opkijken als je het opeens hebt over een nosocomiale infectie. Maar zodra je gaat schrijven voor een breed publiek, moet je je taalgebruik daarop aanpassen. (En dan schrijf je dus gewoon over een infectie die in het ziekenhuis is opgelopen). 

Wat is jargon precies?

Jargon is taal die binnen een bepaalde groep wordt gesproken. Meestal hebben die mensen hetzelfde beroep, waardoor ze begrijpen wat er met hun jargonwoorden wordt bedoeld. Het zijn moeilijke woorden die voor buitenstaanders, mensen buiten de groep of het beroep, niet te begrijpen zijn. Er zijn verschillende soorten jargon. Dankzij de populaire boeken van Japke D. Bouma ligt kantoorjargon of managementjargon de laatste tijd nogal onder vuur. Want wat zeggen we nou eigenlijk als we het hebben over ‘lekker in je kracht staan’, ‘een call hebben’ en ‘ergens een plasje over doen?’. Maar er is meer: er is ook jargon voor studenten (adten, brakpak, nassen), ambtenaren (zero-tolerance, dereguleren, integraal) en sporters (pingel, schwalbe, ziekenhuisbal). Geen alledaagse woorden, toch?

Jargon = onbegrijpelijk

En omdat jargon niet alledaags is, kun je het beter niet gebruiken in je teksten. Eén van de regels voor het schrijven van begrijpelijke teksten op taalniveau B1 is namelijk: gebruik geen vaktaal. Met taalniveau B1 wil je veel mensen bereiken. Een breed publiek, een groot deel van de Nederlanders. Jargon is dan dus helemaal hartstikke verboden, want je wil niemand uitsluiten. Wees gewoon duidelijk en gebruik een synoniem dat wél iedereen begrijpt. Het gaat trouwens niet alleen om (on)begrip: jargon kan ook irritatie opwekken. Het gaat vaak om woorden die abstract, onnodig Engels, vaag of net iets te populair zijn. Kunnen we niks mee. 

Maar wat moet ik dán schrijven?

Jargon is makkelijk te vermijden. Vraag je bij alles wat je schrijft af: begrijpt mijn lezer dit? Als ik dit aan een willekeurige persoon op straat of in de supermarkt vertel, heeft ‘ie dan een idee van wat ik vertel? Bijna altijd zijn er eenvoudige synoniemen voor een lastig woord te vinden. Zo wordt de tekst ook begrijpelijk voor mensen die niet dezelfde kennis of achtergrondinformatie hebben als jij. Kun je niet om een bepaalde term heen? Noem ‘m dan, maar geef uitleg. Geef ook voorbeelden, zodat het concreet wordt. Laat overbodige en vage termen weg en gebruik geen Engels als dat niet nodig is. Doe maar lekker gewoon, dus. 

Meer over begrijpelijke teksten

Wil je meer weten over het schrijven van begrijpelijke teksten? Je weet nu dat je jargon dan beter kunt vermijden. Ook de regels van taalniveau B1 kunnen je op weg helpen. In deze blog lees je wat taalniveau B1 is en hoe je het gebruikt in je begrijpelijke teksten. Check ook de 3 valkuilen van simpele teksten, zodat je ook weer niet doorslaat. 

Download de gratis checklist

Heb je de smaak te pakken en wil je begrijpelijke teksten schrijven? Download dan de gratis checklist die je richtlijnen geeft voor schrijven op taalniveau B1. Aan de slag!