|

Taalniveaus A1 t/m C2 en wat ze betekenen (+ voorbeelden)

Met een taalniveau kun je een tekst meten. Zo kom je erachter hoe moeilijk een tekst is. Ook kun er groepen lezers mee indelen. Ik leg het uit en geef je voorbeelden. 

Als je dacht dat taalniveaus alleen iets zijn voor op de basisschool, heb je het mis. Niet alleen kinderen, maar ook volwassenen kun je indelen in groepjes, als het gaat om het niveau waarop ze spreken en lezen. Als tekstschrijver is het handig om te weten wie je tekst leest. En welk taalniveau daar het beste bij past.

Taalniveaus: waarom bestaan ze?

De indeling met taalniveaus is bedacht om lezers in te delen. Je kunt dus zeggen: “Jan heeft taalniveau B1.” Maar een taalniveau zegt ook iets over een tekst. Dan zeg je: “Deze tekst heeft taalniveau B1.” Dan geef je dus aan hoe makkelijk (of hoe moeilijk) een tekst is.

Hoe hoger het taalniveau, hoe moeilijker de tekst. Als communicatieprofessional is het handig om te weten wat taalniveaus zijn. Zodat je er bijvoorbeeld met je leidinggevende en collega’s over kunt praten. Stel dat jullie een breed publiek hebben, dan is de kans groot dat jullie besluiten te schrijven op het eenvoudige taalniveau B1. Het is een handige richtlijn; iedereen in de organisatie weet dan om wat voor soort teksten het gaat.

Andersom kun je ook teksten toetsen en het niveau aanpassen. Stel, je moet een tekst van jouw organisatie redigeren. De tekst is hartstikke ingewikkeld. En je weet dus: jullie publiek heeft taalniveau B1. Dan moet je een hoop aan de tekst veranderen.

Hoe zien de Nederlandse taalniveaus eruit?

Nederlandse taalgebruikers zijn in te delen in zes taalniveaus. Het makkelijkste niveau is A1, de moeilijkste is C2. Dat staat in het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader (ERK) van de Raad van Europa. Hieronder lees je welke taalgebruiker bij welk taalniveau hoort. En ik geef voorbeeldzinnen.

Taalniveau A1

Iemand die (alleen) taalniveau A1 begrijpt en spreekt, is een beginnend taalgebruiker. Hij begrijpt eenvoudige woorden en namen en heel korte zinnen.

Dit is mijn huis. Ik woon hier. Kom je mee?

Taalniveau A2

Taalniveau A2 is ook heel eenvoudig. Maar de zinnen zijn al iets langer. Iemand met dit niveau begrijpt de boodschap van korte, eenvoudige teksten. Die teksten moeten duidelijk zijn en gaan over de eigen omgeving. Als je schrijft voor laaggeletterden, is dit niveau geschikt.

Ik ga naar huis om te koken. Het liefst eet ik zuurkool.

Taalniveau B1

Daar zul je ‘m hebben: taalniveau B1, het niveau dat de meeste Nederlanders begrijpen. B1 draait om eenvoudige en duidelijke taal. Mensen met dit taalniveau begrijpen de meeste teksten die over veelvoorkomende onderwerpen gaan. Het lijkt een beetje op spreektaal. Een van de kenmerken van taalniveau B1 en de onderliggende niveaus, is een duidelijke tekststructuur.

Wilt u een nieuw paspoort aanvragen? Maak dan een afspraak met ons. Dat kan via de telefoon, maar ook via onze website. Neem naar de afspraak altijd uw oude paspoort mee, ook al is die verlopen.

Taalniveau B2

Iemand die taalniveau B1 begrijpt, snapt ingewikkeldere teksten. Al helemaal als het gaat over een (wat moeilijker) onderwerp dat hij in zijn eigen beroep of interessegebied tegenkomt.

Wanneer u een omgevingsvergunning heeft aangevraagd, moet er binnen de gemeente sprake zijn van consensus over uw aanvraag. Vervolgens krijgt u de uitslag. Dit kan een positief of negatief besluit zijn.

Taalniveau C1

Heeft iemand taalniveau C1, dan begrijpt hij moeilijke, lange teksten, ook als die abstract (vaag) zijn. Hij begrijpt vaktaal, uitdrukkingen, ouderwetse woorden en moeilijke woorden. En hij kan taal zelf goed inzetten om iets uit te leggen.

Aan de andere kant wordt er door de wetgever bij de inrichting en vormgeving van de medezeggenschap binnen de instelling veel ruimte gegeven voor maatwerk. Evenals voor vernieuwende manieren om medezeggenschap vorm te geven. 

Taalniveau C2

Dit is de moeilijkste van alle taalniveaus. Iemand die C2 begrijpt, begrijpt eigenlijk alles wat in het Nederlands wordt gezegd of geschreven.

Het identificeren van de persoonlijke risicofactoren die voorspellers zijn van een open leefklimaat, kan aanknopingspunten bieden voor toekomstige alternatieve interventies gericht op het verbeteren van het leefklimaat.

Een veelvoorkomend taalniveau: B1

Een taalniveau dat veel mensen hebben, is dus taalniveau B1. Omdat het grootste deel van de Nederlanders dit niveau begrijpt, weet je als tekstschrijver zeker dat veel mensen jouw B1-tekst snappen. Als je een breed publiek hebt, raad ik je aan op B1 te schrijven. Bijvoorbeeld als je werkt bij de overheid en teksten voor inwoners schrijft. Maar eigenlijk raad ik de meeste organisaties aan om te schrijven op taalniveau B1 of in begrijpelijke taal.

Toch schrijven nog veel organisaties op niveau C1. Er zit dus een groot verschil tussen het niveau van de gemiddelde Nederlander, en het niveau van de gemiddelde tekst.

Welke van de taalniveaus kiezen?

Hoe weet je nou welk taalniveau bij jouw organisatie past? Goed doelgroeponderzoek doen helpt. Gebruik ook handige hulpmiddelen zoals die van Accessibility.nl om het niveau van je teksten te testen. Komt er bijvoorbeeld uit dat je teksten niveau C1 hebben? Bedenk dan of dat past bij jouw doelgroep.

Maar als ik me er even mee mag bemoeien: ik raad aan om zoveel mogelijk taalniveau B1 te gebruiken. Een eenvoudige tekst leest lekkerder dan een moeilijke tekst, wie je publiek ook is. Twijfel je? Lees hier of begrijpelijk schrijven (en taalniveau B1) past bij jouw organisatie.

Wil jij verbinding maken met je publiek via begrijpelijke taal?

Toegankelijke teksten maken het verschil voor jouw organisatie.  Met mijn training Begrijpelijk Schrijven zorg ik ervoor dat jij en je collega’s verbinding krijgen met jullie doelgroep, simpelweg via begrijpelijke taal. Daardoor bereik je eindelijk het doel van je teksten.