Taalniveaus A1 t/m C2 en wat ze betekenen

Taalniveaus A1 t/m C2 en wat ze betekenen

Met een taalniveau kun je een tekst meten. Zo kom je erachter hoe moeilijk een tekst is. Ook kun er lezers mee indelen. In Nederland hebben we zes taalniveaus: A1, A2, B1, B2, C1 en C2. Wat betekenen die niveaus?

Als je dacht dat taalniveaus alleen iets zijn voor op de basisschool, heb je het mis. Niet alleen kinderen, maar ook volwassenen kun je indelen in groepjes, als het gaat om het niveau waarop ze spreken en lezen. Als tekstschrijver is het handig om te weten wie je tekst leest. En welk taalniveau daar het beste bij past. Ik leg je uit welke taalniveaus er zijn en wat je er als tekstschrijver aan hebt.

Taalniveaus: waarom bestaan ze?

De indeling met taalniveaus is bedacht om lezers (en sprekers) in te delen. En om teksten te meten. Hoe hoger een taalniveau, hoe moeilijker de tekst. Als communicatieprofessional (tekstschrijver, redacteur, copywriter, communicatieadviseur…) is het daardoor handig om over de taalniveaus te communiceren. Met je opdrachtgever bijvoorbeeld. Als je klant aangeeft dat zijn publiek taalniveau B2 heeft, weet je direct op welk niveau je moet schrijven. Andersom kun je ook teksten toetsen en het niveau eventueel aanpassen. Stel, je moet een tekst van een klant redigeren. De tekst is hartstikke ingewikkeld. En je weet dat het publiek (de doelgroep) van de klant niet meer dan het eenvoudige taalniveau B1 begrijpt. Dan moet je een hoop aan de tekst veranderen.

Hoe zijn de Nederlandse taalniveaus verdeeld?

Nederlandse taalgebruikers zijn dus in te delen in zes taalniveaus. Het makkelijkste niveau is A1, de moeilijkste is C2. Hieronder zie je hoeveel procent van de Nederlanders een bepaald taalniveau begrijpt (en een hoger niveau dus niet snapt).

  • A1 – 5% van de bevolking
  • A2 – 15% van de bevolking
  • B1 – 40% van de bevolking
  • B2 – 25% van de bevolking
  • C1 – 10% van de bevolking
  • C2 – 5% van de bevolking

Dit overzichtje betekent dus dat 5% van de Nederlandse bevolking niet meer dan taalniveau A1 begrijpt. 15% van de bevolking begrijpt A2, en automatisch dus ook A1, want dat is een eenvoudiger niveau. 40% van de Nederlanders begrijpt taalniveau B1 (en dus ook A1 en A2). Op deze manier begrijpen dus in ieder geval de groepen B1, B2, C1 en C2 taalniveau B1. Bij elkaar opgeteld zijn zij 80% van de Nederlandse bevolking. 

Taalniveau A1

Iemand die (alleen) taalniveau A1 begrijpt en spreekt, is een beginnend taalgebruiker. Hij begrijpt eenvoudige woorden en namen en heel korte zinnen. Hij kent niet zoveel woorden; alleen de woorden die hij vaak hoort. 

Taalniveau A2

Taalniveau A2 is ook heel eenvoudig. Iemand die dit niveau begrijpt, snapt de boodschap van korte, eenvoudige teksten. Die teksten moeten concreet zijn en gaan over de eigen omgeving. Zoals het huis of het werk. 

Taalniveau B1

Daar zul je ‘m hebben: taalniveau B1, het niveau dat 80% van de Nederlanders begrijpt. Mensen met dit taalniveau begrijpen de meeste teksten die over veelvoorkomende onderwerpen gaan. Als ze verstand hebben van een wat ingewikkelder onderwerp begrijpen ze teksten die hierover gaan meestal ook. 

Taalniveau B2

Iemand die taalniveau B1 begrijpt,  snapt ingewikkeldere teksten. Al helemaal als het gaat over een (wat moeilijker) onderwerp dat hij in zijn eigen beroep of interessegebied tegenkomt. Als deze persoon een discussie zou voeren zou hij zijn mening kunnen geven en die met argumenten kunnen onderbouwen.

Taalniveau C1

Heeft iemand taalniveau C1, dan begrijpt hij moeilijke, lange teksten, ook als die abstract zijn. Ook teksten die niet gaan over het eigen beroep kan hij begrijpen. De lezer snapt ook uitdrukkingen. En hij kan taal zelf goed inzetten om iets uit te leggen. 

Taalniveau C2

Dit is het moeilijkste taalniveau. Iemand die C2 begrijpt, begrijpt eigenlijk alles wat in het Nederlands wordt gezegd of geschreven. 

Een veelvoorkomend taalniveau: B1

Een taalniveau dat veel gebruikt wordt, is taalniveau B1. Omdat het grootste deel van de Nederlanders dit niveau begrijpt, weet je als tekstschrijver zeker dat veel mensen jouw B1-tekst snappen. De Rijksoverheid schrijft op taalniveau B1. En ik trouwens ook. Je denkt misschien: okee, 80% van de Nederlanders begrijpt taalniveau B1, maar 100% van de Nederlanders snapt A1! Waarom zou je niet iedereen meepakken en gewoon een heel simpele A1-tekst schrijven? Dat zou ik niet aanraden, als het niet nodig is. Bij zo’n simpele tekst op taalniveau A1 of A2 moet je heel veel zaken weglaten. Al snel is een woord of zin te moeilijk. Dat is niet handig: met taalniveau B1 kun je veel meer.

Dat veel mensen taalniveau B1 begrijpen, betekent trouwens ook niet dat je nooit ingewikkeldere teksten mag schrijven. Als je zeker weet dat je publiek bijvoorbeeld C2 begrijpt, kun je best een tekst schrijven met moeilijke woorden of jargon. Je hoeft dan het MAND-principe ook niet te gebruiken. Toch zou ik, óók voor hoogopgeleide mensen, je teksten lekker leesbaar houden. Ook een arts of advocaat die veel ingewikkelde termen begrijpt, worstelt zich niet graag door een wollige tekst.

Zo schrijf je een begrijpelijke tekst

De meeste Nederlanders (80%) begrijpen taalniveau B1. Als je een tekst schrijft op dit eenvoudige niveau weet je dus zeker dat je boodschap bij je publiek overkomt. Lees meer over taalniveau B1 en hoe je dit gebruikt in jouw teksten.

Download de gratis checklist

Wil je zelf aan de slag met teksten die bijna iedere Nederlander begrijpt? Download dan de gratis checklist die je richtlijnen geeft voor schrijven op het eenvoudige taalniveau B1. Aan de slag!